'Boekhoudfraude', geschreven door Micha kat en Pieter Lakeman
  Succesboeken.nl logo
Boeken waar je beter van wordt

Boekhoudfraude   


Achtergronden van het boek 'Boekhoudfraude'


13 schokkende fraudezaken in binnen- en buitenland


BoekhoudfraudeHoe KPMG, Deloitte, Ernst & Young en PricewaterhouseCoopers fraudes ‘niet zagen’ en $ 100 miljard ‘misten’, met fatale gevolgen. De financiële crisis sinds eind 2007 heeft geen einde kunnen maken aan dit macabere spel: het plunderen onder regie van accountants gaat door tot op de dag van vandaag.

In dit boek staan 13 casestudies van boekhoudfraude in binnen- en buitenland, met het accent op de rol van de externe accountant. Waar de ‘big four’ in hun campagnes en op hun websites spreken van
‘het leveren van toegevoegde waarde’ (KPMG),
‘het bieden van high-quality service’ (Ernst & Young),
‘het bouwen aan publiek vertrouwen’ (PricewaterhouseCoopers) en
‘het scheppen van krachtige bedrijfs-oplossingen’ (Deloitte)
is in werkelijkheid vaak sprake van bedrog op ongekende schaal.

Ruim 5 jaar research ging aan dit boek vooraf.

 

Micha Kat

Over de auteur(s):
Micha Kat (Amsterdam, 5 april 1963) is een Nederlandse journalist, gespecialiseerd in juridische onderwerpen met accent op de advocatuur en in accountancy. Na een studie klassieke talen en een korte loopbaan als leraar op een Rotterdams gymnasium stapte hij over naar de journalistiek. Kat schrijft onder andere voor het Advocatenblad en diverse websites op deze gebieden. Ook schreef hij een viertal boeken. Tegenwoordig is hij echter ook bekend vanwege zijn website waarop hij strijdt tegen door hem ervaren onrechtmatigheden.

Pieter LakemanPieter Lakeman werd geboren in 1942 in Amsterdam. Vanaf 1960 tot en met 1973 studeerde hij eerst zes jaar natuurkunde en daarna zes jaar econometrie aan de Universiteit van Amsterdam. Na twee jaar te hebben gewerkt bij de havenonderneming Van Ommeren, richtte hij in 1976 de Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (SOBI) op, waarvan hij nog altijd de voorzitter is.
In augustus 2009 werd Lakeman voorzitter van de Stichting Hypotheekleed die een massaclaim in voorbereiding heeft tegen DSB Bank. In het tv-programma Goedemorgen Nederland van donderdag 1 oktober 2009 om 7.45 uur heeft Lakeman de rekeninghouders geadviseerd om onmiddellijk hun spaargeld bij DSB Bank weg te halen, om zodoende een faillissement van de bank te bewerkstelligen. Dit zou volgens Lakeman in het belang zijn van henzelf en van gedupeerden die een te grote hypotheekschuld bij DSB hebben.

Inhoud:    
Voorwoord Pieter Lakeman Accountantscontrole nutteloos? 1
Inleiding Micha Kat Het begin van de crisis: The numbers game  17
Hoofdstuk 1 Waste Management, Sunbeam & Cendant  37
Hoofdstuk 2 Vie d’Or 71
Hoofdstuk 3 Ahold 95
Hoofdstuk 4 KPNQwest  131
Hoofdstuk 5 Lernout & Hauspie 157
Hoofdstuk 6 Parmalat 189
Hoofdstuk 7 Hollinger  215
Hoofdstuk 8 Enron 241
Hoofdstuk 9 Tyco 277
Hoofdstuk 10 Xerox 301
Hoofdstuk 11 WorldCom 319
Hoofdstuk 12 Andere belangrijke boekhoudschandalen 341
Slotwoord Het einde van de economie 351
Appendix Accounting voor banken: een macabere poppenkast 357
Appendix 1 Omvang beschreven fraudezaken 361
Verantwoording   363
Verklarende woordenlijst   365
Genoemde boeken   371
Index   373

 




De eerste bladzijden van het boek

Boekhoudfraude.

Wie over accountants spreekt heeft het meestal over registeraccountants in hun controlerende functie. Dat zijn mensen met een zeer goede opleiding die in staat zijn ook andere zaken dan een jaarrekeningcontrole goed uit te voeren. Vaak kunnen accountants die andere zaken zelfs beter dan het controleren van jaarrekeningen. De grote accountantskantoren afficheren zich ook zelden als accountantskantoren maar meestal als financiële adviesbureaus of met andere commercieel getinte aanduidingen.
Slechts zelden maken Deloitte, Ernst & Young, PricewaterhouseCoopers (PwC) of KPMG zich expliciet als accountantskantoor bekend. Toch is het controleren van jaarrekeningen de ‘moedernegotie’ van de bedrijfstak. Op basis van wettelijke bevoegdheden komt men als controleur van de jaarrekening bij het bedrijfsleven binnen en kan dan ook andere diensten aanbieden.
Tot enkele jaren geleden mocht men zelfs bij de eigen controleklant bij wijze van koppelverkoop andere diensten en producten aanbieden en verkopen. Naar aanleiding van het Enron-schandaal en andere in dit boek beschreven missers bij de jaarrekeningcontrole is aan deze directe combinatie paal en perk gesteld.
Diverse overheden begonnen zich te realiseren dat een accountantskantoor financieel en moreel van de klant afhankelijk werd wanneer het kantoor naast de weinig opbrengende controleactiviteiten (waarover soms openlijk werd geklaagd) bij dezelfde klant met het leveren van andere diensten aanzienlijke omzetten behaalde.
Dat de verkoop van bijkomende diensten aan controlecliënten werd beperkt heeft de gezamenlijke omzet van de grote accountantskantoren natuurlijk niet geschaad. De klant kreeg voortaan twee accountantskantoren over de vloer, één voor controlediensten en één voor de andere diensten.
Er is natuurlijk geen onderzoek gedaan naar de vraag of sindsdien bepaalde accountantskantoren klanten naar elkaar verwezen, dus een soort minikartelletje zouden vormen.

De door Micha Kat beschreven boekhoudschandalen hebben ook nog andere gevolgen gehad. Voor internationale accountantsorganisaties die zich bezighouden met het voorbereiden en opstellen van
boekhoudregels zijn ze aanleiding geweest om de boekhoudregels te wijzigen en ingewikkelder te maken (IFRS).
Om die nieuwe regels te kunnen toepassen en controleren moesten de controlerende accountants uiteraard meer uren draaien en dus meer declareren. Dat leidde tot meer omzet en winst, in het bijzonder voor de grote accountantskantoren. Het grootschalig falen van accountants als jaarrekeningencontroleurs in het begin van deze eeuw is dus beloond met verhoging van hun controle-inkomsten, zij het met een time-lag van zo’n vier jaar.
Weliswaar stond daar aanvankelijk een achteruitgang in ‘psychisch inkomen’ tegenover doordat het grote publiek minder geïmponeerd leek door het optreden van de accountantsorganisaties, maar die reputatieschade was tijdelijk. Na een dip gedurende enkele post-Enronjaren herstelde de reputatie zich als vanzelf, een verschijnsel dat ongetwijfeld gebaseerd is op de menselijke behoefte aan (schijn)zekerheid.
Een van de belangrijkste wijzigingen in de regelgeving was het invoeren van ‘fair value’. Daarbij werd systematische waardering op basis van aankoopprijzen feitelijk in belangrijke mate vervangen door
willekeur.
Uit de hierna volgende hoofdstukken blijkt, dat relatief veel zwendels met jaarrekeningen plaatsvinden op basis van onjuiste waarderingen en dat accountants vaak niet thuis zijn in de marktwaarden van de
activa en passiva. Voor de managers hebben de nieuwe regels grote voordelen. Overtreden van de regels is niet meer nodig, want de waardering zelf is van elastiek geworden.
Toen ik dit verschijnsel in 2005 in mijn boek Accountants in de fout aan de kaak stelde, stond ik nog alleen, maar inmiddels begint het legioen volgelingen te groeien.

Een ander gevolg van de grote boekhoudschandalen is de verschuiving van controleactiviteiten naar een wereldomvattend oligopolie. Vrijwel alle grote boekhoudschandalen staan op naam van de vier grote
accountantsorganisaties (inclusief Arthur Andersen, die zich met de jaarrekeningen van Enron onledig heeft gehouden, waren dat nog de Big Five). In geen der gevallen had een klein of middelgroot accountantskantoor gefaald als hoofdcontroleur.
Tot voor kort mocht in Nederland elke registeraccountant een jaarrekening controleren. Na het wereldwijd falen van de grote accountantskantoren werden maatregelen genomen waardoor in de toekomst
alleen maar grote accountantskantoren controleactiviteiten zouden mogen uitvoeren.
Voor een buitenstaander is dat geen logische reactie maar voor een socioloog wel. Een buitenstaander zou zelfs kunnen denken dat de verwachtingskloof (het verschijnsel dat het publiek meer van de accountant verwacht dan de accountant kan leveren) door deze maatregelen is verbreed. Hoe dan ook, de maatregelen hebben als gevolg dat jaarrekeningcontroles nog sterker geconcentreerd worden bij de vier grote accountantsorganisaties en dat de controlemarkt nog meer een oligopolistische structuur heeft gekregen.
Niet duidelijk is of beleidsmakers deze sturing naar een oligopolistische marktvorm als doel op het netvlies hadden of dat zij blind waren voor de gevolgen van hun maatregelen. Van het NIVRA mag aangenomen worden dat het eerste het geval is. De organisatie komt immers sinds jaar en dag in de eerste plaats op voor de belangen van de grote accountantskantoren.

Interessant is een ‘juridische bijvangst’ van het oligopolie binnen de Europese Unie. Meerdere toezichthouders en politici, ook in Brussel, zeggen te vrezen dat wanneer de ‘grote vier’ vermindert tot de ‘grote drie’ de vrije concurrentie in gevaar komt.
Hoewel de Brusselse autoriteiten enkele jaren geleden aan de totstandkoming van het oligopolie hebben meegewerkt door de fusie van Coopers & Lybrand met Price Waterhouse goed te keuren, wil men nu toch voorkomen dat het aantal wereldspelers, althans het aantal Europese spelers, tot drie vermindert. Er zullen nu zeker geen grote fusies meer goedgekeurd worden. Het streven is er op gericht de vier
bestaande partijen in leven te houden. Dat mag heel wat kosten.
Zelfs de meest elementaire grondbeginselen van de Europese Unie dreigen daaraan opgeofferd te worden. De EU heeft enige tijd geleden een gezelschap gevormd, dat moet bekijken of de geldende
beroepsaansprakelijkheid voor accountants beperkt of afgeschaft kan worden.

Lees verder in Boekhoudfraude.

W: www.succesboeken.nl | E: info@succesboeken.nl